Geschiedenis van de audio-visuele middelen.

 

De schoolplaten waren vanaf 1857 de eerste visuele leermiddelen in het kader van het aanschouwingsonderwijs. Aangezien de ontwikkelingen in de maatschappij verder gingen, kwamen er langzamerhand steeds meer audio-visuele leermiddelen de scholen binnen.

Dat betekende, dat de leerlingen een steeds realistischer beeld van de wereld om hen heen kregen. We geven hieronder een overzicht. 

 

De geschiedenis van de audiovisuele middelen

De toverlantaarn werd uitgevonden rond 1660, waarschijnlijk door de Nederlandse wetenschapper Christiaan Huygens. Deze zal niet vaak in de scholen gebruikt zijn, misschien mochten kinderen bij hoogtijdagen wel eens genieten van de prachtige plaatjes van de toverlantaarn. De plaatjes waren geschilderd op glas en het bleef een magische ervaring die plaatjes zo groot en gekleurd geprojecteerd te zien.
 

 

 

In 1918 wordt de NOF opgericht (Nederlandse Onderwijsfilm). Alleen scholen in de grote steden konden naar de schoolbioscoop. Scholen op het platteland konden zich deze luxe niet permitteren. Er zijn scholen, die een eigen filmapparaat konden aanschaffen na een actie of een filmapparaat van de gemeente kregen. Deze scholen konden onderwijsfilms huren om die aan de leerlingen te tonen. Al met al kunnen we constateren dat de onderwijsfilm geen algemeen leermiddel op de scholen is geworden in tegenstelling tot de diaprojector en de schooltelevisie..
 

    klik hier                                      klik hier                                   klik hier

De filmstrook

Vanaf ongeveer 1930 raakt in het onderwijs de filmstrook in zwang. Het was een strook bestaande uit diapositieven en er bestonden twee formaten van. Dit middel voor aanschouwelijk onderwijs was de opvolger, maar ook nog deels de tijdgenoot (tot ongeveer 1950) van de al oudere glasdiaserie. De filmstrook kon worden gebruikt bij allerlei schoolvakken, vooral bij aardrijkskunde, geschiedenis, biologie, natuurkunde en onderwerpen die meer praktische zaken behandelden, zoals de post, het gebruik van de telefoon enz. …
Voor de projectie had men een projector nodig en een projectiescherm. De onderwijzer vertoonde de beelden en vertelde waarop de leerlingen moesten letten. Voor dit laatste ondervond hij steun van een meegeleverd tekstboekje. Het gebeurde ook vaak dat de filmstrook bij een uitzending van de schoolradio hoorde, waarin dan het bijbehorende verhaal verteld werd. Dan hoefde de onderwijzer alleen maar de beelden door te schuiven bij het geluid van het belletje dat tijdens de radio-uitzending klonk. Deze meeste van deze via de radio uitgezonden lessen werden uitgezonden door de NCRV en de KRO. In de jaren zeventig raakte de filmstrook in onbruik en werd hij geleidelijk aan vervangen door de diaserie.

Schoolradio

Officieel startte de eerste vorm van Schoolradio al in 1928 via de microfoons van de NCRV. In eerste instantie werden de verschillende educatieve programma’s in het verzuilde Nederland door de verschillende omroepen afzonderlijk geprogrammeerd.
De eerste, vooroorlogse uitzendingen droegen nog een experimenteel karakter en ook bleek er aanvankelijk weinig animo te bestaan bij de scholen. De KRO beperkte zich tot een zestal proefafleveringen — met de veelzeggende onderwerpen "Spaar de vogels," "Uit den tijd van onze schuilkerken," "Iets over het kweeken van planten en bloemen," "Een reis door Italië," "Napoleon" en "Een praatje over Noorwegen" — die vanaf 19 november 1929 werden uitgezonden. Na de Tweede Wereldoorlog werd de verzuilde situatie binnen de schoolradio enigszins doorbroken. Vanaf 1948 zonden de KRO, de NCRV, de AVRO en de VARA de programma's van de Schoolradio samen uit.
En, vanaf dat moment groeide ook de acceptatie snel. Wel bleef iedere omroep haar eigen kleur geven aan de inhoud van de programma's. Deze vroege vorm van schoolradio bestond uit een soort lezingencyclus die beoogde om de al bestaande kennis over een of meerdere onderwerpen al op jonge leeftijd bij de verschillende lagen van de bevolking over te brengen. De doelstelling reikte, geheel volgens de pedagogische idealen van die tijd, verder dan louter kennisoverdracht. Het bijbrengen van kennis lag ingebed in een meer omvattend idee over volksontwikkeling en volksverheffing die niet alleen pure kennisoverdracht beoogde maar zich tevens in sterke mate richtte op karaktervorming. De programma's dienden bij te dragen aan de vorming van de persoonlijkheid en de bevordering van de sociale ontwikkeling vanhet individu. 

Schoolradio, gecombineerd met diafilmstrook (klankbeeld)

De NCRV schoolradio heeft in de jaren vijftig en zestig een groot aantal zogeheten filmstroken uitgebracht. Deze filmstroken bevatten zwartwit dia's en waren bedoeld als lesmateriaal voor de lagere school. De onderwerpen waren zeer divers en liepen uiteen van aardrijkskunde, economie, geschiedenis tot natuur. De filmstroken van de NCRV werden gebruikt bij uitzendingen van de schoolradio. Tijdens de uitzending ging aan iedere foto een belletje vooraf, zodat de onderwijzer wist dat hij het volgende beeld  moest tonen. De vertoning van de filmstrook ging met een filmstrokenprojector, eigenlijk een soort diaprojector. Zelf herinner ik me, dat we in de jaren 50 van tijd tot tijd met de klas naar het bestuurskamertje gingen en daar, op de grond zittend, met elkaar in het donker genoten van een diaklankbeeld van de NCRV. IK hoor nog het belletje op de radio rinkelen als teken, dat de meester de volgende dia voor kon draaien.

                                                              klik hier   

Schooltelevisie

In 1963 deed de televisie haar intrede als leermiddel in het Nederlandse onderwijs. In dat jaar begon de Stichting Nederlandser Onderwijsfilm haar eerste experimenten met dit nieuwe medium. Twee jaar later, met de oprichting van de NOT, werden de uitzendingen officieel. De organisatie was er aanvankelijk vooral op uit om de bezorgdheid en de mogelijke weerstand bij leraren weg te nemen. Tot halverwege het jaar 1965 bleef het gebruik van audiovisuele media in het Nederlands onderwijs beperkt tot de zogeheten onderwijsfilm en de onderwijsdia. Op veel scholen werd eens per week, voor meerdere klassen tegelijk, in een verduisterd lokaal een film gedraaid of een diapresentatie met of zonder schoolradio vertoond. In 1963 werd de eerste vorm van experimentele onderwijstelevisie door het NOT verzorgd  middels het uitzenden van een kort programma over de belangrijkheid van de stad Basel in Zwitserland.  Daarna kreeg de televisie steeds meer ingang in de scholen en werd het een gewoon leermiddel.