Bijbelse Geschiedenis


Serie: Bijbelsche Platen tot recht begrip der gewijde Geschiedenis door H.J. van Lummel.

Vanaf het begin heeft de bijbelse vertelling altijd centraal gestaan. Reeds in 1864 werd de eerste serie Bijbelse platen in Nederland uitgegeven door uitgever Van Keminck en Zn. te Utrecht. De platen waren getekend door de heer H.J. van Lummel. Vooral de platen over de Tabernakel staan velen van de ouderen onder ons nog in het geheugen gegrift. De platen behandelden niet de bijbelverhalen, maar de leefwijze en gebruiken in die tijd, de planten en dierenwereld en de godsdienst, w.o. de tabernakeldienst.

De bijbelsche platen zijn in 3 drukken uitgeveven, de 1e druk in 1864, de 2e in 1884 en de 3e in 1905. De 3e druk is daarna nog een aantal malen opnieuw heruitgegeven met verschillende lithografen, tot in de moderne tijd toe met fotografische reproducties door andere uitgevers. Aangezien de drie drukken nogal verschillen in afbeeldingen en nummering geven we hieronder apart weer. Lummel zelf stierf in 1877 en heeft dus alleen de 1e druk zelf meegemaakt. De platen in de 1e en 2e druk komen veelal overeen en heeft hij, waarschijnlijk met uitzondering van een aantal toegevoegde platen in de 2e druk, zelf getekend en beschreven. De platen in de 3e druk zijn op een enkele plaat na totaal verschillend van de eerste twee drukken. De tekenaar van de 3e druk is ons onbekend.

eerste druk (1864)


tweede druk (1884)

derde druk (1905)

De 3e druk is uitgegeven in 3 series:
Serie - A. De eeredienst van Israël (6)
Serie - B. Het huiselijk en Maatschappelijk Leven (6)
Serie - C. [Planten en dieren] (6)

Serie: "Nelson's bijbelse wandplaten" (1905 - 1917)

Deze platen zijn oorspronkelijk in Engeland uitgegeven door Thomas Nelson & Sons Ltd onder de titel "Nelson's Bible Wall Pictures".  In Nederland zijn de platen uitgegeven door uitgeverij Malmberg te 's- Hertogenbosch en de firma A. Huisman te Meppel. De serie bestaat uit 300 platen.

Serie wandkaarten “Palestina in woord en beeld” door Dr. A. van Deursen, G.Meima en C. Wessels S.J.  Uitgever: J. B. Wolters  (1927-1950)


De auteurs van de serie zijn C. Wessels S.J., Dr. A. van Deursen en G. Meima. Er waren in die tijd verschillen in de uitgaven voor Rooms-Katholieke scholen en voor protestante scholen. Wessels verzorgde de handleidingen voor de Rooms-Katholieke scholen, van Deursen en Meima die voor de protestantse scholen. De heren zijn 11 platen overeengekomen die geschikt waren voor beide godsdienstige stromingen en een 12e plaat specifiek voor een van beiden. Bij Wessels betrof de 12e plaat "De Basiliek van het H. Graf te Jerusalem", en bij van Deursen en Meima was dit "Joodsche Kolonie Kinnereth".

De schilder L. Blum was woonachtig in Palestina. Wolters koos voor een lokale schilder omdat een schilder die voor een aantal weken over zou komen niet de prachtige en wisselende kleuren zou treffen. Blum schilderde de landschappen en Cornelis Jetses tekende later de figuren in de schilderijen. Kleren en andere voorwerpen werden uit Palestina naar Nederland gestuurd. Ondanks de omslachtige manier van materiaal vergaren, maken de tekeningen een spontane en levendige indruk alsof ze ter plekke gemaakt waren.


"Bij de Bron" door Dr. P. ten Have. (1935)


De methode "Bij de Bron" is een handleiding voor de behandeling der Bijbelse geschiedenis bij het onderwijs in School, Zondagsschool, Kinderkerk en Gezin, en bij de bespreking op Jongemannenvereniging, Meisjesvereniging, Jongens- en Meisjesclubs, Bijbelkringen enz. en voor zelfstudie. Een complete methode!

Deze methode is tot in de jaren "80 van de vorige eeuw in gebruik geweest op Christelijke scholen. De methode bestond uit twee delen: het Oude Testament en het Nieuwe Testament. De lessen hadden alle dezelfde indeling:

A.       VOORBEREIDING

              1.  Uitlegkundig

              2.  Oudheidkundig

              3.  Leerstellig

              4.  Opvoedkundig

B.        VERTELLING

               1. inleiding

               2. de eigenlijke vertelling in fasen.

De vertelling was geheel uitgeschreven.  Als aanvulling op de verhalen werden de bovengenoemde wandkaarten gebruikt. Deze vertellingen zijn echter alleen bedoeld als proeve: hoe het kan. In het voorwoord lezen we: " Zij willen vooral niet als model dienen: 'Zo moet het nu en anders deugt het niet'.  Integendeel! Lang niet alle materiaal, in de voorbereiding gegeven, is erin verwerkt. Dat behoeft ook niet. Men moet keuze hebben. Men moet meer hebben dan men ogenblikkelijk nodig heeft. Dan kan elk zijn vertelling aanvullen en uitbouwen in de richting, die men voor eigen gebruik nodig acht. (....) Daarnaast denken we ook aan andere, aan eerstbeginnenden, aan minder ontwikkelden of begaafden, voor wie het steeds te moeilijk blijven zou altijd een eigen verhaal op te bouwen. Hen wil de vertelling helpen. Daarom is er bij elk verhaal een vertelling gegeven. Onder deze afspraak, dat men hiervan geen misbruik gaat maken, door alleen deze te nemen, en deze, meer of minder vrij, wat na te praten. Beide, voorbereiding en vertelling, willen samen de middelen verschaffen, waarmee men van het bepaalde schriftgedeelte een afgerond geheel maakt, zowel naar vorm als naar inhoud geschikt om te behandelen of te vertellen, als drager en overbrenger van een bepaalde boodschap Gods, die ons hierin wordt gegeven. Geen  moeite is ooit te groot om Gods Woord zo goed en zuiver mogelijk over te brengen aan hen, die aan onze zorg zijn toevertrouwd."

Kinderbijbels.

Hoewel kinderbijbels in feite voor thuisgebruik zijn geschreven, behandel ik ze hier wel, omdat ze ook op de christelijke scholen gebruikt werden en leerkrachten eruit voorlazen of de inhoud gebruikten als bron voor hun vertellingen. Hoewel het gebruik van de kinderbijbel vanuit de opleidingen werd afgeraden, nam menig onderwijzer(es)  toch zijn/haar  toevlucht tot de kinderbijbel.

"De Bijbelsche Geschiedenissen" door W. G. van de Hulst  (1918)

Van de meesterverteller W. G. van de Hulst verscheen In 1918 de eerste druk van: ''De Bijbelse geschiedenissen''.  Van de Hulst is er een meester in om een bepaalde sfeer te scheppen. Hij zegt: Het moet zover komen, dat het kind komt tot een innerlijk zien, een meebeleven, een zich betrokken weten bij datgene, wat de Bijbel verhaalt.

De eerste uitgave van deze kinderbijbel werd vereerd met de intekening van Hare Majesteit koningin Wilhelmina. In 1923 verscheen er een schooluitgave in drie losse deeltjes.                      De illustraties zijn van de bekende tekenaar J.H. Isings, die op indrukwekkende wijze de verhalen in beeld brengt. Hieronder treft u enkele illustraties uit deze kinderbijbel aan.

"Bijbelse Vertellingen voor onze kleintjes", door W.G. van de Hulst (1926)

Dit is een voorleesboek voor kleuters van 4 tot 7 jaar, voorafgaande aan het zelf lezen van "De Bijbelse Geschiedenissen". De illustraties zijn ook dit keer van J.H. Isings. In 1931 zijn uit de "Bijbelse Vertellingen" twee schoolboekjes voor het 3e leerjaar samengesteld onder de titel "Vertellingen uit de Bijbel".

In deze kleuterbijbel wordt de hele bijbelse geschiedenis verteld. Er is dus geen sprake van een selectie van de verhalen, terwijl geweldsscènes en gruwelijkheden ook uitvoerig en dramatisch worden verteld. De woorden zonde, schuld en straf komen regelmatig voor. Veel nadruk valt op de tegenstelling tussen de boze mensen die gestraft worden en de gelovige en gehoorzame mensen die door God beschermd worden. Aan de oudtestamentische verhalen wordt meermalen toegevoegd dat eens de Here Jezus zal komen. 'Dan zal alles weer goed, weer blij, weer heerlijk worden'. Jezus 'kan alles', de zieken genezen en de doden weer levend maken. 'Hij heeft de vreselijke straf gedragen voor de mensen'. Kinderlijke termen en verkleinwoorden worden gebruikt om naar het kind toe te vertellen. De zwart-witte pentekeningen van Isings geven de hoogtepunten van de verhalen dramatisch weer.

“Het Groot Vertelboek voor de Bijbelse Geschiedenis” (2 delen: O.T. en N.T.) door Anne de Vries (1938)

In de kinderbijbel van Anne de Vries treffen we een liefdevol, veilig godsbeeld aan dat in het verlengde ligt van het warme protestantse nest in die tijd.

Het ”Groot vertelboek voor de Bijbelse Geschiedenis” verscheen voor het eerst in 1938. Niet het minst door de prachtige prenten van Cornelis Jetses lieten deze verhalen een diepe indruk achter. Deze kinderbijbel voor de oudere jeugd werd vele malen herdrukt en in tientallen talen vertaald. Het boek behoort naast de kinderbijbel van Van de Hulst dan ook tot de meest invloedrijke uit de Neder-landse kinderbijbeltraditie.

Er is bij De Vries sprake van een eenvoudige indeling van de mensen in goeden en slechten. Voor slechte mensen is de ruimte groot: door berouw en bekering kunnen ze goede mensen worden. En God de Vader zal iedereen die echt berouw heeft aannemen.

C. Jetses als illustrator van de Kinderbijbel van Anne de Vries.

In 1936 kreeg Jetses een voor hem zeer verheugende uitnodiging van uitgeverij Kok in Kampen om de illustraties te verzorgen van het Groot Vertelboek voor de Bijbelse Geschiedenis van Anne de Vries. Dit was een opdracht, waar hij langer op gehoopt had en waaraan hij zich met hart en ziel zou kunnen wijden. Jetses was een zeer gelovig man, die de boodschap van de Bijbel als het meest essentieel in z'n leven beschouwde. Tegenover uitgeverij Kok liet hij weten dat hij het een bijzonder boeiende opdracht en een facinerende uitdaging vond. Met het illustreren van deze kinderbijbel is hij enkele jaren, tot aan de Tweede Wereldoorlog bezig geweest, langer dan hij zelf had kunnen vermoeden. In mei 1939  schreef hij aan Anne de Vries, dat het hem hoe langer hoe duidelijker werd, dat de hoeveelheid werk aan het Nieuwe Testament voor hem een nog erger misrekening werd dan het Oude Testament.

Hij vertelt over een tekening van de geraakte jongeling, die door vrienden door het dak wordt neergelaten tot vóór Jezus. "Ik geloof wel dat het een zeer suggestieve plaat is geworden -  maar wat een werk!  Dat heeft me een kleine week gekost! Als mijn tuinman nu ook maar eens wat door de vingers keek! Want die noteerde mij juist voor twee  dag -loonen, wat ik in die kleine week had verdiend!

Vele volwassenen, die groot zijn geworden met deze kinderbijbel, zien de situering van de bijbelse verhalen nog steeds door de ogen van Jetses. Ook de figuur van Jezus wordt door menigeen nog steeds gezien, hoe Jetses hem afbeeldde. Dit laatste geldt uiteraard ook voor de illustraties van Isings in de Kinderbijbel van Van der Hulst.

“ Kleutervertelboek voor de Bijbelse Geschiedenis", door Anne de Vries. (1948)

Evenals zijn voorganger en inspirator W. G. van de Hulst publiceerde De Vries ook een boek voor kleuters, het ”Kleutervertelboek voor de Bijbelse Geschie-denis” uit 1948. Aanvankelijk was deze kleuterbijbel geïllustreerd door Tjeerd Bottema.


De vertelstijl van De Vries is direct en communicatief. Hieronder leest u het begin van het Kleutervertelboek als inleiding op de Schepping:

Weet je waar je boterham vandaan komt?

„Nu moet je eens goed luisteren. Dan zal ik je vertellen, wie alles heeft gemaakt. Weet je wel, waar je eten vandaan komt? Die lekkere dikke boterham, die je hebt gehad?... Ja, moeder heeft die boterham klaargemaakt. Maar het brood heeft ze gekocht van de bakker. Die bakte dat brood van meel. Dat meel kwam van de molenaar. Die had het gemalen van koren. Dat koren kreeg hij van de boer. Die had het gemaaid op zijn land. Maar wie had het koren daar laten groeien?... De Here God. En als God dat niet had gedaan, dan had de boer geen koren gehad. Dan had de molenaar geen meel gehad. Dan had de bakker geen brood kunnen bakken. En dan had moeder geen boterham voor je klaar kunnen maken. Je boterham komt dus eigenlijk van God. En al het andere eten ook. Daarom zeggen we iedere dag eerbiedig: Heer, heb dank voor deze spijze, amen.”