De huishoudschool 

                    Beweegredenen achter het huishoudonderwijs

door: Ilse Braams en Rikst Lolkema 

"Laatst vroeg iemand mij: Waarom vouw jij je theedoeken zo op? Toen reageerde ik met dat ik dat vroeger zo geleerd had op de huishoudschool” (J. Lolkema, persoonlijke communicatie, 21 oktober 2018). Jetske Lolkema ging vanaf 1955 naar de huishoudschool in Heerenveen. Daar leerde ze onder andere koken, voedingsleer, naaien, vouwen en wassen. Beide foto’s geven hiervan een beeld. Eén van de toetsen herinnert ze zich nog goed. Voor het vak koken kreeg ze een recept, dat ze niet alleen ‘lekker’ moest bereiden, maar ook hygiënisch (persoonlijke com-municatie, 21 oktober 2018). Waarom is het huishoud-onderwijs opgericht en waarom bestaat het hedendaags niet meer?

De Maatschappij tot Nut van ‘t algemeen vond de huishoudschool van belang, meisjes uit de burgerstand moesten een beroep leren waarmee zij in hun eigen levensonderhoud konden voorzien. Drie redenen waren bepalend voor het ontstaan van dit type onderwijs: de slechte gezondheidstoestand van wat toen de ‘volksklasse’ werd genoemd, het verlangen naar opwaardering van de huisvrouw en de behoefte aan geschoolde arbeid voor vrouwen. De vrouwen moesten leren om eenvoudig, maar voedzaam en gezond te koken, het huis en de inboedel zorgvuldig schoon te houden, lijfgoed en lichaam regelmatig te wassen en kleding op tijd te verstellen. Op deze manier zouden de mannen uit de kroeg en de kinderen van straat worden gehouden, zodat de arbeidersklasse beschaafder en gedisciplineerder werd (Van Essen, 1990).

In 1891 werd de eerste huishoudschool opgericht. Tijdens de oprichting leefde was men ervan overtuigd dat de samenleving met al zijn verscheidenheid belang had bij goed opgeleide huisvrouwen. Hier zaten twee beweegredenen achter: door nieuwe ontwikkelingen voldeed het overdragen van de huishoudelijke vaardigheden van moeder op dochter niet meer. De moeders hadden eigenlijk dus nog een ‘ouderwetse’ vorm van huishouden. Verder kwalificeerden steeds meer mensen de bezigheden van de huisvrouw als een echt beroep (Van Essen, 1990).

Jetske kwam 64 jaar later op de huishoud-school. In deze periode werd het huishoudelijk onderwijs één van de pijlers van het naoorlogse onderwijsbeleid. De voorbereiding op de gezinstaak, gecombineerd met een beroeps-opleiding, werd vervangen door algemene vorming. Meisjes kregen nu naast het leren koken, wassen, naaien, etc. ook les in de algemene vorming zoals maatschappijleer (Meijer, 2012). Het doel hiervan was om het huishoudonderwijs naar een hoger niveau te brengen. Daarnaast moest het ervoor zorgen dat het verminderde imago dat de huishoudschool had gekregen, verbeterd werd. De maatschappij zou zien dat het huishoudonderwijs ook goed onderwijs was (Huishoudschool van nu, 1973). 

Na de instelling van de Mammoetwet in 1968 veranderde er nog meer binnen het huishoudonderwijs. Zo veranderde de naam in het lager huishoud- en nijverheidsonderwijs (LHNO) en werden ook jongens toegelaten. Vanaf 1974 konden meisjes ook naar de lagere technische school (lts). Men vond namelijk dat meisjes ook technisch onderwijs zouden moeten kunnen volgen, net als dat jongens zouden moeten kunnen leren koken, wassen en strijken. In 1992, meer dan honderd jaar na de oprichting van de eerste huishoudschool, ging het LHNO met andere vormen van lager beroepsonderwijs over in het voorbereidend beroepsonderwijs (vbo). Dit had onder andere tot reden dat in de maatschappij een negatief beeld over de opleiding heerste. Ook de positie op de arbeidsmarkt van LHNO’ers werd slechter in vergelijking met de lts en de mavo (van Leijenhorst, 1974).

Na honderd jaar een belangrijk onderdeel van het meisjesonderwijs te hebben gevormd, betekende de opkomst van het vbo, het einde van de huishoudschool. Wel is sinds het leerjaar 1993-1994, net na de afschaffing van het LHNO en de lts, het vak verzorging verplicht gesteld in het voortgezet onderwijs. Dit vak is gericht op het voorbereiden van jongeren op een geëmancipeerde samenleving en geeft ook aandacht aan huishoudelijke activiteiten (Onderwijsraad, 2001; ‘Koken’, 1999). De inhoud van het curriculum van de huishoudschool is vandaag de dag dus nog niet geheel verloren. Toch neemt de populariteit van het vak verzorging ernstig af. 

Wat vindt u? Moet de huishoudschool terugkomen? En zal de kennis in dit type onderwijs vandaag de dag een toevoeging bieden? 

Referenties: 

Afschaffing van LHNO is een heel gevaarlijk verhaal. (1987, April 2). Woerdense Courant, p. 19. Geraadpleegd op https://woerden.courant.nu/

“Huishoudschool” van nu op de maatschappij gericht (1973, Mei 4). Gunstige ontwikkeling in nijverheidsonderwijs. Reformatorisch Dagblad, p.14. Geraadpleegd op https://www.digibron.nl

Koken is echt een super vak in verzorging. (1999, september 15). De Volkskrant. Geraadpleegd op https://volkskrant.nl

Meijer, R. (2012). Beroep huisvrouw: geschiedenis van het Amersfoortse huishoudondonderwijs. Hilversum, Nederland: Uitgeverij verloren 

Onderwijsraad. (2001). De basisvorming: aanpassing en toekomstbeeld. Geraadpleegd op: https://www.onderwijsraad.nl/upload/documents/publicaties/volledig/ advies_herzbasisvorm.pdf

van Leijenhorst, G. (1974, Mei 1). Staat of valt de Mammoet? Reformatorisch Dagblad, p.3. Geraadpleegd op https://www.digibron.nl/

van Essen, M. (1990). Opvoeden met een dubbel doel: twee eeuwen meisjesonderwijs in Nederland. Amsterdam, Nederland: Sua