Gezondheid van de gebouwen


door: Rosalie Krale en Marit Sinnige 

In 1953 hield de schoolarts niet alleen toezicht op de gezondheid van kinderen, maar ook op de kwaliteit van schoolgebouwen. Zo blijkt uit afbeelding 1, waarop drie rapporten te zien zijn. Het rechter rapport beschrijft de kwaliteit van het school-gebouw van Onderdendam (opgesteld door B. Molanus, schoolarts) en in de twee linker rapporten (geschreven door H.J. Dijkhuis, arts en geneeskundig inspecteur van de Volksgezondheid in Groningen) staan de reactie en het oordeel van de inspectie van Volksgezondheid te Drenthe en Groningen. De aandacht voor de kwaliteit van schoolgebouwen en de gezondheid van kinderen nam vanaf eind negentiende eeuw toe. Hiertoe nam ook het aantal inspecties van schoolgebouwen toe. 

                 

        Afbeelding 1. Rapporten. De twee linker rapporten zijn geschreven door H.J. Dijkhuis,                                            inspecteur van Volksgezondheid in Groningen; het rechter rapport is ge-                                            schreven door B. Molanus, districtiearts.

De hygiënisten, een groep Nederlandse geneeskundigen die zich inzette voor de hygiëne en volksgezondheid, schreven al sinds midden negentiende eeuw over de misstanden in scholen. Het gebrek aan verwarming, ventilatie en lichtinval, maar ook de inrichting van de klas en de meubels die gebruikt werden, waren onderwerp van kritiek (Bakker, Noordman, & Rietveld - Van Wingerden, 2010; Los, 2012a; Los, 2012b). 

B. Molanus, de schoolarts, schreef over de kwaliteit van het schoolgebouw. Hij constateerde dat de vloeren, muren, ramen, schoorstenen, deuren, verlichting, daken, toiletten en de speelplaats niet voldeden aan de eisen die gesteld werden. De staat van het gebouw was slecht voor de gezondheid van de leerlingen. Het leek hem dan ook duidelijk dat dit zo spoedig mogelijk verbeterd moest worden.

De kwaliteit van de schoolgebouwen stond ook beschreven in verschillende schoolwetten voorafgaand aan 1953. De onderwijswet van 1857 had kwaliteits-verbetering tot doel. In deze wet werden limieten gesteld aan de klassengrootte, grootte van de klaslokalen, lichtinval, hygiëne en ventilatie (Bakker, Noordman, & Rietveld – Van Wingerden, 2010; Los, 2012a). De wet van 1889 ging nog een stapje verder, door te vermelden dat geen onderwijs gegeven mocht worden in lokalen die door de inspectie afgekeurd waren. Een uitbreiding hierop volgde in de wet van 1920. Hierin stond ook dat de inspecteur de afkeuring over de staat van het gebouw uit moest spreken naar het gemeentebestuur, het hoofd van de school en de inspecteur van het lager onderwijs. 

Redenen om schoolgebouwen of lokalen af te keuren, waren onder meer omdat ze schadelijk waren voor leerlingen of omdat de lokalen te klein waren. Andere redenen werden gebaseerd op de algemeenheid van de bouw, de inrichting van de lokalen en het maximaal aantal leerlingen (Remery – Voskuil, 2014; De Visser & Heemskerk, 1920).

Tegenwoordig is de aandacht voor de kwaliteit van de schoolgebouwen groot. De inspectie wordt niet meer gedaan door plaatselijke artsen, maar door de landelijke onderwijsinspectie (Alberts et al., 2016; Inspectie van het Onderwijs, z.d.). Ook stellen instanties als de Primair Onderwijsraad eisen en normen aan schoolgebouwen wat leidde tot een verbetering van scholen en lokalen (PO-raad, 2018). Lokalen zijn tegenwoordig namelijk groter en het aantal leerlingen per klas is minder in vergelijking tot 1953. De nieuwe schoolgebouwen zijn lichter, kleurrijker en opener en zijn erop ingericht dat verschillende soorten onderwijswerkvormen gegeven kunnen worden. 

Desondanks zijn instanties en scholen nog steeds kritisch over de kwaliteit van schoolgebouwen. Zo zijn er geluiden vanuit de politiek dat schoollokalen verbetert moeten worden. Zo zouden de lokalen met de toename van hoge zomerse temperaturen te warm worden, wat een ongunstig leerklimaat kan veroorzaken (Enzlin, 2017). Dit kritische punt is in overeenstemming met de gestelde eisen uit de rapporten. Echter zijn er ook nog radicalere ideeën zoals schoolgebouwen zonder lokalen (Aalbers, 2018). 


Referenties:

Aalbers, R. (2018, 17 oktober). Waarom het nieuwe Almende een school zonder lokalen wordt. Geraadpleegd op 23 oktober 2018, van: https://www.gelderlander.nl/oude-ijsselstreek/waarom-het-nieuwe-almende-een-school-zonder-lokalen-wordt~aece683e4/

Alberts, M. E., Burgert, H., Bracke, P., Van der Heul, A. L., Van Maasacker, M. H. J. M., & Pinkse, N. A. E. (2016, 4 februari). Schoolgebouwen primair en voortgezet onderwijs: de praktijk gecheckt. Geraadpleegd op 23 oktober 2018, van: https://www.voion.nl/downloads/e11c8745-6b1a-45af-acda-c3e375a414e3

Bakker, N., Noordman, J., & Rietveld-van Wingerden, M. (2010). Vijf eeuwen opvoeden in Nederland. Assen, Nederland: Koninklijke Van Gorcum.

De Visser, J. T. H., & Heemskerk, T. (1920, 9 oktober). Lager onderwijswet 1920. Geraadpleegd op 23 oktober 2018, van: http://www.100jaarorthopedagogiek.nl/100jaarPDF/PDF/Extra/wet-lo-1920-001-202-tekst.pdf

Enzlin, A. S. (2017, 10 april). CDA: Frisse wind nodig in klaslokalen. Geraadpleegd op 23 oktober 2018, van:  https://www.cdabarendrecht.nl/cda-frisse-wind-nodig-in-klaslokalen/

Inspectie van het Onderwijs. (z.d.). Inspectie van het Onderwijs. Geraadpleegd op 23 oktober 2018, van https://www.onderwijsinspectie.nl/

Los, E. (2012a). De schoolopziener komt eraan. In E. Los (Red.), Canon van het onderwijs (pp. 54–59). Groningen/Houten, Nederland: Noordhoff.

Los, E. (2012b). Schuiven met stoelen en tafels. In E. Los (Red.), Canon van het onderwijs (pp. 160–167). Groningen/Houten, Nederland: Noordhoff.

PO raad. (2018, 7 februari). Normen en verplichtingen schoolgebouw. Geraadpleegd op 23 oktober 2018, van: https://www.poraad.nl/ledenondersteuning/toolboxen/huisvesting/normen-en-verplichtingen-schoolgebouw

Remery-Voskuil, M. (2014). Wet van 1889. Geraadpleegd op 23 oktober 2018, van: http://www.remery.nl/sm-remery/wetten/w1889-wet-mr.html